Het begon met een bliep. Tijdens bodemonderzoek in de IJssel in 2011 – voorafgaand aan werkzaamheden voor Ruimte voor de Rivier – stuitte men op een mysterieuze vorm onder water. Niet veel later werd bevestigd: het was een schip. Geen modern wrak, maar een houten vaartuig uit de middeleeuwen. Een kogge. Vrijwel compleet. Ongekend.
De IJsselkogge, zoals het schip inmiddels bekendstaat, lag eeuwenlang begraven in de rivierbodem bij Kampen. Dankzij de sliblaag was het wrak uitzonderlijk goed bewaard gebleven. Archeologen stonden versteld: niet alleen de romp, maar ook delen van het dek, het roer én – heel bijzonder – een bakstenen oven waren nog aanwezig. Dat laatste was uniek; er was nooit eerder een complete scheepsoven aan boord van een kogge gevonden.
In 2016 werd het 20 meter lange vaartuig in zijn geheel geborgen. Een enorme operatie, met pontons, hijskranen en precisie tot op de millimeter. Het schip werd vervoerd naar Lelystad, waar het jarenlang onder speciaal gecontroleerde omstandigheden is geconserveerd in het Rijksdepot van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
De vondst was wereldnieuws. Niet alleen omdat het om een nagenoeg compleet schip uit de 15e eeuw ging, maar ook vanwege de staat waarin het verkeerde. De IJsselkogge gaf wetenschappers inzicht in bouwtechnieken, handelsroutes en het leven aan boord. En voor Kampen was het vooral: thuiskomen.
Want hier hoort hij. De IJsselkogge ligt niet alleen in de IJssel verankerd, maar ook in het DNA van de stad. Het is een tastbaar bewijs van Kampens rijke Hanzeverleden – en een prachtige schakel tussen verleden en toekomst.
De berging was slechts het begin. Want de kogge keert terug. En iedereen mag ‘m straks bewonderen, op een plek waar water, hout en historie samenkomen.
In de volgende aflevering zie je hoe een eeuwenoud wrak verandert in een publieksmagneet. Lees blog 7: “Van wrak naar wonder – de wederopstanding van de IJsselkogge.”